• Railsport Nederland

Het werk gaat door

Ik kom binnen in de kleine ruimte. Mijn collega zit al klaar achter de computer. De arts is nog bezig om de Corona test af te nemen van de verdachte. Zodra hij klaar is neem ik plaats naast mijn collega. Het verhoor kan beginnen. Tijdens mijn vragen aan de verdachte spookt even door mijn hoofd ‘wat nou als hij positief test’? We hebben geen idee waar de verdachte vandaan komt. Zelfs de telefonische tolk, die normaal bij ons in de ruimte aanwezig is, kan niet vertellen uit welk land de verdachte komt. Heel lang om hierbij stil te staan heb ik niet. Er moet gewerkt worden. Na het verhoor wordt de verdachte teruggebracht en praat ik nog even na met mijn collega. We zitten naast elkaar. Geen 1,5 meter afstand want dat lukt niet in de kleine ruimte.


En hoewel ik het toen onzin vond denk ik daar, na dit verhoor anders over. Ik ben blij dat ik mijn handen kan schoonmaken".

Buiten het cellencomplex adem ik de frisse lucht in. Ik hoop maar dat het allemaal goed is gegaan zojuist. Samen met mijn collega stap ik in de auto om weer terug naar ons bureau te rijden. Daar begroeten we onze andere collega’s en neem ik plaats aan mijn bureau. Voor de zekerheid pak ik toch het flesje desinfecteermiddel dat ik in mijn lade heb liggen. Mijn vrouw heeft die deze ochtend in mijn tas gestopt. En hoewel ik het toen onzin vond denk ik daar, na dit verhoor, anders over. Ik ben blij dat ik mijn handen kan schoonmaken.


Een bakkie koffie gaat er wel in. Bij het apparaat raak ik aan de praat met een collega. Al snel gaat het over Corona. Zijn vrouw werk valt in een risicogroep en vindt het heel erg eng dat hij ‘gewoon’ nog naar werk moet. Zij leven nu zoveel mogelijk gescheiden. Hij slaapt op de bank en ziet zijn gezin nog amper. Ik hoor de emotie in zijn stem terwijl hij hierover verteld. Een andere collega komt erbij staan en verteld over haar familie die woont in Brabant. Haar vader is gisteren opgenomen in het ziekenhuis en ze kan alleen maar hopen dat hij snel weer thuis is.


De rest van de dag gaat snel voorbij. Ik ben druk bezig met het opvragen van camerabeelden in verband met een vermissingszaak. Het gaat hier om een jonge buitenlandse kerel die in de bloei van zijn leven is. Zijn ouders zijn in tranen en willen alleen maar hun zoon weer in hun armen kunnen sluiten. Met al mijn collega’s doen we er alles aan om hem weer terug te vinden. In de auto op de weg terug naar huis ben ik er nog steeds mee bezig.

"Thuis aangekomen neem ik, sinds Corona, de voordeur. Op mijn tenen loop ik de trap op en doe mijn kleding in de wasmachine"

Thuis aangekomen neem ik, sinds Corona, de voordeur. Ik hoor mijn kinderen heerlijk spelen in de woonkamer. Toch ga ik nog niet naar ze toe. Op mijn tenen loop ik de trap op en doe mijn kleding in de wasmachine. Daarna stap ik onder de douche. Hopelijk is het genoeg. Helemaal fris en schoon doe ik de kamerdeur open. Lachend komen er twee kleintjes naar me toe gerent om mij een hele dikke knuffel te geven. Wat een geluk en wat ben ik weer blij om thuis te zijn.


Geschreven door: Bart Jan van Velzen